Home Orgel
Het orgel

Het orgel in de kerk van Rolde is een zogenaamd balustradeorgel. Dit houdt in dat de speeltafel (de klavieren) aan de zijkant van het instrument zijn geplaatst en dat de twee windladen voor het pijpwerk van het hoofdwerk en het tweede klavier boven elkaar liggen, zodat voor wat betreft het tweede klavier van een bovenwerk sprake is. De pedaalkast staat achter het instrument opgesteld tegen de torenmuur.

In 1820 is het orgel gebouwd in een traditionele Westfaalse orgelbouwstijl. Een mogelijke bouwer zou J. Ambrost uit Gelderland kunnen zijn. Een vergelijkbaar instrument is te vinden in de Nederlands Hervormd Kerk te Haaksbergen. Deze is door Hohnhof gebouwd, die erfgenaam was van de laatste orgelmaker van het geslacht Ambrost.

Het orgel is in 1847 aangekocht voor f 1200,— als een geschenk van de toenmalige predikant Ds C. Brouwer. Het werd uit Harlingen per schip aangevoerd en geplaatst in de kerk door H.J. Langendijk in onderaanneming bij de orgelbouwer P. van Oeckelen uit Haren. Op 28 november 1847 werd het plechtig ingewijd door de predikant Ds F.J. Borgesius.

Boven de speeltafel is een bord bevestigd waarop hierover het een en ander te lezen is. In de loop der jaren is herhaaldelijk aan het orgel gerestaureerd, zodat het oorspronkelijk romantisch opgezette instrument nu een neo-barokke klank heeft. Bij de restauratie in 1955, door de fa. Leeflang, is het aantal registers met één stem (type kromhoorn 8 vt) uitgebreid. Eind zeventiger jaren is het orgel grondig gerestaureerd. Dit hield onder meer in:

  • vervanging van de speeltafel, mechanische tractuur en regeerwerk
  • vervanging van de windlade van het bovenwerk en pedaal
  • restauratie van de hoofdwerklade

Op vrijdagavond 9 oktober 1981 werd het orgel officieel weer in gebruik genomen met een concert door de organist J. Zwart. De restauratie was uitgevoerd door de firma Koch uit Apeldoorn, die nu al geruime tijd failliet is. Bij hen stond winstoogpunt bovenaan en helaas totaal geen respekt voor het oude werk. Dit is met meer orgels in die tijd gebeurd.

Het pijpwerk is voor een deel in slechte staat, met name de oudste registers, die uit de eerste helft van de 18e eeuw stammen. Gezien de prachtige klank van veel waardevol pijpwerk is de restauratie alleszins de moeite waard. De komende tijd zal de nodige aandacht aan herstel besteed worden.

De meeste pijpen (in totaal 1210) zijn gemaakt van een legering van lood en tin, terwijl er ook pijpen bijzijn die voor een groot gedeelte van lood zijn gemaakt, hetgeen uniek mag worden genoemd. En sommige pijpen zijn van hout (o.a. de holpijp). De langste pijp is 2,60 m en de kleinste is 14 mm.