| 8 januari 2012 (Markus 1:1-11) - Ds A. Borman |
|
|
Gemeente van onze Heer, Jezus Christus. Dit is het begin! Dat is de ouverture van het evangelie van Markus dat dit kerkelijk jaar centraal staat in de verkondiging. Zó is het begonnen. Want dat is het eerste woord van dit bijbelboek: begin. Maar dan niet in de betekenis van 'ik ben begonnen', maar: 'het is begonnen'. En dan gaat hij beschrijven wát er dan begonnen is: het evangelie van Jezus Christus. Dat eerste woord betekent niet zomaar 'begin', maar zoiets als 'beslissend begin', het alles bepalende begin. Dáárom gaat het vanmorgen. Wat is er met het evangelie van Jezus Christus werkelijkheid geworden? Anders zou het een vrij onnozel begin van een geschrift zijn. Stel u voor dat ik zo-even begonnen was met de woorden: 'begin van mijn preek' of dat iemand dat boven een artikel zet. Maar nu staan die woorden als in brons gegoten boven het grote Verhaal dat Markus gaat vertellen: het evangelie van Jezus Christus: beslissend begin! Evangelie: goede boodschap. Bij de profeten gebruikt voor de bevrijding uit de ballingschap. Door de Romeinse keizer toegeëigend om zichzelf te proclameren als een brenger van heil, goede tijding. Maar voor Markus een vaste aanduiding van de boodschap die Jezus bracht. Verder reikend dan verlossing uit de ballingschap en tegenover de machten en al wat zich breed maakt in de wereld: Evangelie, beslissend begin van iets anders. Dat roept uiteraard de vraag op: wat is dan dat begin? Als er iets begint, zou je zeggen dat het nog alle kanten uit gaan. Nee, roept Markus, juist niet. Het kan van nu af aan nog maar één kant op. Zo maakt hij de lezer met deze opening nieuwsgierig. Markus is bezig wakker te schudden, iets op te roepen, verlangen te wekken, ogen te openen voor het ongeziene, onverwachte en ongedachte. 'Het begin van het evangelie van Jezus Christus'. Is dat dan misschien het kenmerk van het leven van mensen die Jezus volgen, van het christenleven? Niet dat vandaag ineens alles anders is (alsof Jezus op 25 december j.l. gekomen was) Maar in een weerbarstige wereld het verlangen levend houden naar een andere tijd, een nieuwe wereld, waarover je alleen maar in beelden kunt spreken: de maaltijd van Jesaja 55 bijvoorbeeld. 'Voedsel zonder geld' en 'melk zonder betaling'. Markus zet de lezer heel bewust meteen midden in de woestijn, het decor van de boeteprofeet Johannes. Het is alsof hij zeggen wil: zie je dan niet in dat jouw leven zelf een woestenij geworden is? Dat het nergens op lijkt? Akkoord, al zullen we allemaal een stap terug moeten doen, de meesten van ons hebben het niet slecht: goed gevoed, voorzien van de nieuwste uitvindingen die het leven bedoelen te veraangenamen. Wij bereiden alvast onze vakanties voor en flitsen over de digitale snelweg. Maar zijn we er echt gelukkiger van geworden? Ik hoor achter het kritische optreden van Johannes de woorden van de profeet: 'Waarom geld betalen voor wat geen brood is, je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?' Vandaag denk je bij die woorden aan drugsdealers, gokverslaafden, overmatige consumptie. Johannes legt de kern van het mensenleven bloot. Kijk eens naar binnen. Test het gehalte van je bestaan, het soortelijk gewicht van jouw leven. 'Laat je dopen!', roept hij. Begraaf je oude leven in het water en sta op in een nieuw leven. Keer je radicaal om. Heb de moed om het woord van de profeet te volgen: 'Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien'.
'De Doper', zo wordt Johannes aangeduid. Om hem te onderscheiden van zijn naamgenoot, de discipel Johannes. Maar ook en vooral omdat dat zijn zending was: dopen, als signaal van een nieuwe tijd, mensen oproepen tot een ander leven. Er is in Markus' tijd een voedingsbodem voor radicale boodschappen. Meer dan eens had iemand zich tot Messias uitgeroepen. Wie dan de pretentie heeft over een nieuw begin te spreken en het woord evangelie opnieuw in te vullen, roept verwachtingen op. En Markus herinnert zich hoe de mensen kwamen, van stad en land, uit Jeruzalem en heel Judea en ze lieten zich onderdompelen. Ze voelden: Johannes heeft gelijk. Het moet anders. Johannes staat in de woestijn en verkondigt de doop tot bekering en vergeving. Dát is het begin, weet Markus. Bij hem geen stamboom van Jezus, geen geboorteverhalen, geen herders of wijzen uit het oosten. Het is zelfs de vraag of Markus die verhalen gekend heeft en in elk geval vindt hij ze blijkbaar niet belangrijk genoeg. Het optreden, de verschijning (epifanie) van Jezus is voor Markus belangrijker dan wat zich rond Jezus' geboorte afspeelde. Markus gaat recht op het doel af, valt met de deur in huis. Johannes is de bode die de weg bereidt, de boeteprofeet die in zijn ruwe mantel van kameelhaar herinneringen oproept aan Elia en die leeft van sprinkhanen en wilde honing. Hij hecht duidelijk niet aan verworvenheden en klampt zich niet vast aan bezit en een welvarend leven. En -eigenlijk vreemd- dat slaat aan. De mensen die toestromen voelen aan dat deze profetische gestalte de armoede van hun leven bloot legt. Het tafereel bij de Jordaan heeft iets van een ontmaskering. Geen reactie van: ach, Sombermans, Zwartkijker, hou toch op… Nee, wat Johannes zegt is raak. Het moet anders, maar wie zal daarvoor zorgen?
'In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret naar de Jordaan'. 'En het geschiedde' staat er letterlijk. Dat betekent altijd zoiets als: let op wat er nu komt. En in het lange verhaal van Johannes wordt in één zin verteld dat Jezus wordt gedoopt. Geheel probleemloos. Bij Markus geen protest van Johannes, geen commentaar van Jezus. Maar wel een signaal uit de hemel. Let op, bedoelt Markus: dáár begint het! Johannes gaat voor Hem uit.' Na mij komt iemand die meer vermag dan ik’. Dat betekent niet 'de krachtpatser'. Het gaat om iemand die zijn kracht aanwendt ten bate van de zwakke, die de weduwe en de wees beschermt, de vreemdeling liefde bewijst. Hij brengt,vergeleken met de onze, de omgekeerde wereld, het vrederijk. Hij zal een onheilige wereld dopen met Heilige Geest. Maar dat gebeurt nog niet. Eerst is er die simpele, als vanzelfsprekende, daad van Jezus: ook Hij laat zich dopen. Moet Hij zich dan bekeren? Maar Markus bedrijft geen dogmatiek. Markus ziet het gewoon gebeuren: Jezus is de nieuwe Mens van Godswege, die ondergaat en opstaat. Zó begint het! Kijk maar: de hemel scheurt open. De Geest daalt neer als een duif. In deze Mens raken hemel en aarde elkaar. Daarom wordt Hij Zoon van God genoemd. Is het u opgevallen: die toevoeging in vers 1 waren we in de vorige vertaling kwijt geraakt, maar is nu weer terug. Jezus Christus, 'de Zoon van God'. Die hemel en aarde verenigt tesaam. De duif daalt op Hem neer. Die komt uit het verhaal van de zondvloed wegvliegen. De zondvloed, dat verhaal waarin de hele aarde a.h.w. gedoopt werd, onderging in de dood om vernieuwd tevoorschijn te komen. Herschepping, nieuw begin. Gods levensadem die al vanaf het begin over de oervloed, de chaos zweeft. En toen: een schepping, een paradijs. Daar is het begonnen. Maar daar is het ook misgelopen. Daarom daalt Jezus af in het water van de dood om op te staan. De duif vindt weer een plek. De aarde wordt opnieuw vaste grond onder de voeten. Een verhaal boordevol verlangen. Markus ziet: dat is het begin! De hemel legitimeert Hem. 'Jij bent mijn geliefde Zoon'. Dat woord geeft de innige relatie aan tussen de Eeuwige en deze geroepen, door God aangewezen Mens die uit het water oprijst. Mens met een roeping, een opdracht van Godswege. Hij is de Sterkere, die de schepping vernieuwt en de mens verlost. Daarom laat Hij zich dopen: om ons leven te delen, onze nood te peilen, vergeving te verkondigen. Hij geeft zich volledig over. Het water sluit zich om Hem. Hij staat op in een nieuw leven. Nu nog in een sfeer van verlangen. Want zie ook hoe kwetsbaar Hij is die uit het water opkomt en hoe eenzaam straks in de woestijn. En toch geldt van Hem de profetie van Jesaja 55: 'Hem heb ik aangesteld als vorst en heerser over de naties, als getuige voor de volken'. Ja, het moet allemaal nog. Maar dit is het begin! Als wij vandaag, zoveel eeuwen later dan Markus schreef, deze ouverture van zijn evangelie lezen, het verhaal zonder omwegen, zonder wat wij het begin noemen, recht op het doel af, wat doet ons dat dan? Een allesbeheersend begin, aldus het eerste woord van Markus. Maar is het met Jezus dan zoveel geworden? Je hebt meer de indruk dat de vaart er vandaag wat uit is. Het evangelie heeft onze samenleving ongetwijfeld gestempeld en de kerk is een weldoortimmerde organisatie. En toch… Daar bij Johannes de Doper gebeurde wat. Daarvan zou je iets terug willen vandaag. Het is goed als het verlangen dat Markus wil wekken, levend blijft. Het verlangen naar het nieuwe. Maar dat nieuwe heeft oude wortels. Johannes verwijst naar Jesaja. En de Jordaan is grensrivier. In de doop laat hij de mensen een nieuwe doortocht maken naar beloofd land. Nu niet voor een volk als geheel, maar voor ieder persoonlijk: Kom maar, ga maar onder in het water, maak de overgang. Keer je om. Bekering en vergeving, waarvan Johannes spreekt, zijn altijd persoonlijk. Ik kan nooit zoveel met collectieve schuldbelijdenissen, bijvoorbeeld van ons land over de slavernij. Daar zit iets plichtmatigs in dat in strijd is met de aard van een echt doorleefde belijdenis. Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. En omkeren moet ik doen. Daarom komt zo'n bijbelgedeelte als dat van vanmorgen heel persoonlijk op ons af. Johannes klinkt streng. Maar zijn optreden is wel vol hoop en gericht op verandering. Wil ik dat echt? Je kunt met God in het reine komen en de Geest wil ook op u en mij neerdalen. De bron van het geloof gaat borrelen. Je krijgt vleugels. Waarom kan dat eigenlijk niet? Of wil ik het niet? Schrikken we terug voor de consequenties? De mensen toen kwamen aanlopen, gefascineerd door het visioen van het nieuwe begin. Is vandaag de rek wat uit het elastiek? Jezus gaat zijn weg. Hij laat zich dopen. Gemakkelijk is die weg niet. En je moet leren zien waar het met de verschijning van Jezus om gaat. Het staat treffend in het lied voor deze tijd van de verschijning: 'Uit uw hemel zonder grenzen, komt Gij tastend aan het licht'. Als een schaduw, onnaspeurbaar als de wind, als een nacht van hoop en vrees. Maar ook: als een vuur,, een ster, een bron. Na dit begin krijgt het leven perspectief en de wereld toekomst. Dat verlangen wij voor onszelf en wie na ons komen. Dat is immers nog steeds de verwijzing als er tot op de dag van vandaag gedoopt wordt in de kerk. Dan worden mensen, grote en kleine, met de Eeuwige in aanraking gebracht. Dan gaat a.h.w. de hemel open en de Geest daalt neer. 'Jij bent mijn kind'. Anders dan Jezus, niet minder gemeend. Jij, mens, -het is eenmaal ook van u en jou en mij gezegd- bent maar niet een product van je ouders of van je omgeving, en het is niet zo dat je onontkoombaar meegezogen wordt in de trend die de wereld aangeeft. De hemel heeft zich boven ons geopend. En daarom hopen wij met vertrouwen dat wij en onze kinderen door het schijnleven dat we om ons heen zien heen prikken. Dat we blijven dromen, verlangen naar een nieuwe wereld, werken aan een andere manier van leven. Met het woord van Jesaja: 'de HEER zoeken nu Hij zich laat vinden'. Want de ouverture van het evangelie van Markus is een profetisch verhaal. Zó wordt het! Door het water heen gered, opgestaan uit het doodswater, de duif van de Geest daalt neer: de aarde bewoonbaar. En in dat verhaal staat Jezus aan onze kant. Mensen die het stempel van zondaar opgedrukt hebben, onbruikbaar, worden in genade aangenomen en in hun waarde hersteld. Het gaat ons bevattingsvermogen te boven. 'Mijn plannen zijn niet jullie plannen en jullie wegen zijn niet mijn wegen, spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven'. Johannes roept. Jezus gaat door het water. De stem uit de hemel klinkt. Het straalt over Jezus heen ook op ons af. 'Jij bent mijn geliefd kind. In jou vind Ik vreugde'. Ja, dat is het begin! Amen
|