| 15 januari 2012 (Joh. 2:1-11 en 1 Cor.7: 25-31) - Ds Hans Katerberg |
|
|
Lieve mensen van God, Het kan natuurlijk aan mij liggen, of aan de tijd van het jaar, maar ik heb soms sterk het gevoel dat we aan het inzakken zijn. Niet alleen in de kerk hoor, zeker niet, meer nog daarbuiten. Alles zakt een beetje in: de banenmarkt, de huizenmarkt natuurlijk, maar ook de markt van welzijn en geluk, het loopt allemaal terug. Alsof we over het hoogtepunt heen zijn met z’n allen. Alsof niet alleen de economie maar heel onze cultuur in een recessie verkeert. Waar zijn de grote idealen gebleven van de honger de wereld uit, net als de kernbommen en van een einde aan de grote verspilling enzovoorts. Alles wordt maar op de lange termijn geschoven en het schiet niet echt op. Misschien ben ik te somber maar ik moest denken aan het beeld van een prachtig veld met koren, rogge bijvoorbeeld, dat de ene dat nog goudgeel staat te wuiven in zon en wind en dat de volgende dag door een flinke storm helemaal is platgeslagen. Dat gevoel van platgeslagen te zijn hoorde ik deze week ook doorklinken in de diepe zucht van onze koningin, op bezoek in het Midden Oosten. Ze had de opmerking gemaakt dat het dragen van hoofddoekjes helemaal geen symbool is van vrouwenonderdrukking. En o nee, ze was niet verbaasd over de ophef die daardoor was ontstaan. Ze was inmiddels wel wat gewend, suggereerde ze met haar diepe zucht. Platgeslagen door de alsmaar groeiende afwezigheid van respect in onze samenleving voor andersgelovigen en andersdenkenden. Want daar stáát onze koningin voor, in elke kersttoespraak weer: voor respect. Respect voor de wijze waarop anderen hun leven inrichten. En u weet wat er in zo’n platgeslagen korenveld gebeurt: er schiet allerlei onkruid op dat het koren overwoekert en de verrotting slaat toe. Ook als het gaat om betrokkenheid in ons land, wordt het minder. Niet alleen in de kerk, maar ook in de politiek zie ik die sterk afnemen. Politieke partijen zoeken wanhopig naar kiezers, maar weten zelf niet precies naar wat voor een samenleving ze nu eigenlijk op weg willen gaan en ga zo maar door. Kerken staan hopeloos te kijk door wantoestanden, lopen leeg, worden verkocht of samengevoegd om weer even door te kunnen. Idealen, respect, betrokkenheid, allemaal is het op zijn retour, zo lijkt het. Alsof iedereen denkt: ach, kan het ook niet net zo goed zónder? Kortom, we zakken in, we leven in een feestloze tijd. De wijn, de goede wijn raakt op. Wat te doen? De samenleving ten tijde van Jezus zag er uiteraard compleet anders uit. Maar ergens treft ook Jezus volgens de evangelist Johannes in Israël zoiets aan. Een feestloze samenleving zonder fut. Platgeslagen door een harde bezetter. De droom van een land dat overvloeit van melk en honing is ver weg. Het is in Israël als een bruiloft waar de wijn halverwege helemaal op is. Die feestloze bruiloft in Kana staat dus model voor de situatie in het land. En wijn speelt in het verhaal van Kana en van Israël een centrale rol. Wijn is in de bijbel teken van leven, van overvloed. Op de berg waarop aan het eind der tijden de volken samenkomen om een groot feest te vieren, wordt wijn geschonken, veel wijn! Wijn is de drank van het Koninkrijk van God, hetgeen we altijd benadrukken, elke keer als we samen de Maaltijd gebruiken: ze wijst vooruit naar Gods Rijk. Als de wijn op is betekent dat dus meer dan dat er niets meer te drinken is. Het is een teken van dat platgeslagen gevoel van de mensen in Israël. En als Jezus op deze bruiloft verschijnt dan is dat een soort van trailer, een voorfilmpje van wat hij komt doen in Israël: dat platgeslagene te lijf gaan. In dit eerste optreden ontvouwt Jezus als het ware zijn programma. En zien we in een notedop wat hij van plan is te gaan doen. Nu staat het verhaal van Johannes vol met verwijzingen naar het Oude Testament, met symbolische handelingen en symbolische getallen - ik heb u dat allemaal al eens uitvoerig verteld vanaf deze plaats. Daarom zal ik me nu beperken tot de watervaten, de zes lege watervaten. Die staan op een bepaalde manier centraal in het verhaal. Deze watervaten hebben een religieuze functie: ze herinneren aan de Thora. Zoals het water dat er in hóórt te zitten óók naar de Wet van God verwijst. Ze waren bedoeld voor het reinigingsritueel: alvorens naar binnen te gaan dienden handen en voeten ritueel gewassen te worden, zo schreef de Wet voor. Nu staan die vaten daar wel, maar ze zijn leeg: ze staan er alleen voor de show nog. Zo van: we doen natuurlijk niks meer aan religie, maar de kerk moet wel blijven….. De godsdienst van de mensen is inhoudloos geworden, het hart is eruit. Het levende water van de Thora stroomt niet meer in Israël. Als de wijn op het feest opraakt in dit gelijkenisverhaal, dan komt Maria en zegt heel suggestief: eh, Jezus, ze hebben geen wijn meer, hoor. Met zoveel woorden zegt ze dus: zou je er niet eens iets aan doen? Maria heeft zó gehoopt op een ander Israël, op een feestvólle toekomst! Ze heeft ervan gezongen en ze zag de machtigen al van hun tronen gestoten, de hongerigen gevoed en de verachten en onmachtigen met kracht bekleed. Maar Jezus is geen tovenaar die alles in een handomdraai wel even oplost. De wijn van het Koninkrijk, het goede, volle leven is niet op bestelling verkrijgbaar, hoe hard je er ook om bidt en Jezus wijst Maria dan ook af: zó werkt het niet. Zij en generaties van gelovigen door de eeuwen heen zullen moeten beseffen dat Jezus een heel andere weg wijst dan die van de hemel als probleemoplosser. Wat hij wel doet is dit: hij roept de bedienden en laat de vaten met water vullen. Niet met wijn dus, maar met water. Dat is veelbetekenend, ja alleszeggend. Jezus grijpt dus niet op bovennatuurlijke wijze in, maar alles wat hij doet is de Thora weer leven inblazen. Daarvan is het vullen van de vaten het teken. Want hij is er diep van overtuigd dat waar de Thora, de Wet van God weer een vaste plaats krijgt in het samenleven van mensen, in Israël én bij ons, dat het leven dáár weer een feest wordt, ja een ware bruiloft! Het levende water van de Thora zorgt voor feestelijke wijn, wat wil je nog meer. Niet langer platgeslagen is het leven dan, maar vol hoop en toekomst. En natuurlijk, je vraagt je dan af: hoe doet hij dat dan en gaat dat ook echt lukken zonder dat de omstandigheden in het land eerst veranderen? Kan het leven echt een feest worden onder een bezettende macht, of wanneer een enorme recessie je land in zijn greep houdt? Kun je ooit echt feestelijk gelukkig zijn als een ernstige ziekte je leven vergalt? Want laten we eerlijk zijn: het is nogal wat om te vertellen zoals Johannes doet, dat waar de Thora, die oude Wet van God nieuw leven wordt ingeblazen, dat het samenleven daar op een bruiloftsfeest gaat lijken. Rogge op een platgeslagen korenveld weer omhoog krijgen is heen hele kunst! Het antwoord op die vraag heeft te maken met de wijze waarop Jezus dat doet: de Thora weer nieuw leven inblazen. Hij doet dat namelijk compleet anders dan de wijze waarop de Farizeeën dat doen. Want die zouden ook niets liever willen dan dat de Thora weer ging leven. Dat de mensen zich weer zouden gaan houden aan de wetten van Mozes. En aan de wetten die ze er zelf voor de zekerheid maar bíj bedacht hebben. Maar Jezus doet het anders. Hij wil de boel niet restaureren, zoals de Farizeeën, maar hij brengt de kern van de Thora tot leven en die kern is: liefde. Liefde voor de mensen en liefde voor God en die twee zijn niet los verkrijgbaar. En hij weet: waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen. Waar liefde woont wordt het leven een feest, in welke omstandigheden ook. Maar een bruiloft zonder liefde is als een rottend korenveld. Ik was deze week bij een bevriend echtpaar –niet uit onze gemeente, beiden net in de zestig, die allebei een zeer ernstige vorm van kanker hebben. Ze maken het op dit moment nog goed, maar de man is medisch gezien opgegeven en de vrouw moet het allemaal nog maar afwachten. En dan kom je daar en dan zie je, voel je, ervaar je dat die mensen gedragen worden door liefde. Liefde van kinderen, vrienden, gemeenteleden. Ze worden met zoveel liefde omringd dat ze kunnen zeggen: we genieten van elke dag ons gegeven en we hebben het heel goed samen. En wat er ook gebeurt: we komen er zeker door, de angst krijgt ons niet te pakken. Weet u wat daar gebeurt, rondom die twee: de bedienden vullen de vaten. Met liefde, met het levende water van de Thora. Zoals Jezus deed. Om dat te kunnen doen, de vaten met liefde vullen, is iets nodig. Jezus kon dat niet zo zonder meer, net zomin als wij. Want liefde laat zich niet dwingen. Wat dan nodig is? Het antwoord op die vraag vinden we bij Paulus in zijn brief aan de Corinthen. Ik was dus van plan die lezing te laten liggen, want wat moet je ermee, dacht ik: zijn advies de mensen op het hart binden om toch vooral maar níet te gaan trouwen, is toch echt al te gek. Het verhaal lijkt lijnrecht in te gaan tegen het Kanaverhaal. Paulus aarzelt weliswaar zelf ook, want hij zegt erbij dat het om zijn mening gaat. En dat je er dus gelukkig ook anders over mag denken, maar niettemin. Je kunt zijn advies alleen maar begrijpen als je je realiseert dat hij, samen met al die eerste Christus-gelovigen meende dat het einde der tijden nabij was. Het Koninkrijk van God zou zeer binnenkort aanbreken en daar moest je je goed op voorbereiden: de wederkomst van Christus was ophanden! Er rest nog maar weinig tijd, schrijft hij. Wees daarom niet gericht op aardse zaken, maar wees gericht op Christus, want hij komt eraan! We laten nu het hele vraagstuk van die eindtijdverwachting liggen, al zal het in de loop van 2012 wel weer op de proppen komen nu de oude Mayakalender aangeeft dat op 21 december van dit jaar de wereld zal vergaan- volgens die kalender is er geen daarná meer. Paulus meende in elk tweeduizend jaar geleden al dat het zover was. En dat je je daarom niet te zeer met aardse zaken moest bezighouden. Niet met je vrouw, niet met je bezit, maar ook opgaan in verdriet of vreugde was niet wenselijk: laat je oog gericht zijn op de Heer! Wees onthecht! Hoezeer wij nu weten dat Paulus zijn mensen toentertijd een foutief advies gaf, één ding kunnen we wel van dit verhaal leren: dat onthechting nodig is, wil je God kunnen ontmoeten. Want dat geldt ook in het gewone leven, zónder dat je je bezighoudt met de eindtijd of de wederkomst of zoiets. Alleen wanneer je niet opgaat in aardse dingen, welke dan ook, alleen wanneer je tijd beschikbaar hebt kunnen de vaten worden gevuld en kan de liefde die van God is, gaan stromen en het leven een feest worden. Onthechting is nodig, voor Jezus en voor zijn vrienden, de bedienden. Zonder onthechting had hij zijn heilig liefdewerk nooit kunnen doen. Trouwens, is onthechting niet óók een gebod uit het rijtje van de Tien, als daar staat: gij zult niet begeren uws naastenhuis, enzovoorts? Is dat in feite niet ook de wijze raad niet al te zeer gehecht te zijn aan bezit? De Thora van God, de Liefde laat zich niet dwingen. Maar het is het enige recept dat een platgeslagen cultuur er weer bovenop helpt. Dat betrokkenheid vergroot en respect voor anderen en dat hoop geeft. Want strengere straffen, hogere eisen op onderwijsgebied, meer politie, minder bonussen, bezuinigingen in de zorg en wat voor maatregelen ook, ach ze zullen best nodig zijn allemaal, maar het samenleven wordt een feest als er tijd wordt ingeruimd om de vaten te vullen. Met het water van de Thora. Met de Liefde van God. Ondanks alle problemen gaat dan het koren weer glanzen. Kom, lieve mensen van God, laten wij de vaten gaan vullen. Moge dat zo zijn.
|